Zoeken

Konijnennanny

© www.vanuitjezelf.org

Verder bloggen op eigen domein

Ik blog hier nu verder http://konijnennanny.ingedijks.nl/

Een voorgevoel.

berken in de sneeuw
Het was ijskoud, sneeuw en ijs en gladde wegen. Onderweg spraken we over de rol van de crises in onze levens. Ik gaf in vogelvlucht een opsomming van de moeilijkheden die we hadden gehad in ons leven, en de rijkdom aan wijsheid en ervaring die we daardoor verkregen hadden.
O, ja, zei hij aarzelend, en ik voelde hoe hij zich vastklampte aan mijn kijk op narigheid. (Niet dat ik er dol op ben hoor, of van avonturen houd, helemaal niet, maar het leven had me herhaaldelijk bewezen dat dat wat aanvankelijk vreselijk verlies is, leidt tot groter geluk, een inniger bestaan).
Ik benoemde de echt zware tijden in ons leven en hoe veel goeds ze gebracht hadden. Ik voelde mijn vertrouwen in het leven als een warme golf door me heen gaan.
Zullen we de toeristische route rijden? zei ik. Overmoedig omdat ik deze keer op bekend terrein was en hij niet.
Okay zei hij.
Onze Jeep gleed als een mes door zachte boter over de ijsvlakte. Een spierwit berkje kwam op me af, en mijn gedachten verzamelden alles wat ik in mijn hart had over berken: eerste boom na een ijstijd, Berkana (een Runenteken) de witte stam, dunner en jonger dan die in onze tuin. Dat gaat pijn doen dacht ik. Maar de Jeep dook, we bereikten de berk niet.

Doe je deur eens open, zei hij. Dat kan niet, daar is de sloot, zei ik.
Ik belde de wegenwacht, verbijsterd dat de Jeep ons dit geflikt had. Hij was toch onverwoestbaar? Ik belde mijn kennissen die 3 km verder op ons wachtten.
Bij  de boerderij waar we de sloot waren ingereden stonden 4 mannen van middelbare leeftijd rokend toe te kijken hoe wij uit de auto kropen, hoe we midden op het spekgladde landweggetje bleven staan wachten op hulp. In de verte zag ik mijn kennissen aankomen lopen.
Ze begroetten ons met een warme omhelzing. De man sloeg zijn armen om mijn man heen. De vrouw zei: Kom, wij gaan naar huis, daar is het warm.
Laat onze mannen maar op de bergingsdienst wachten.

Ik was verrukt van de metafoor: de passieve onverschilligheid van de mannen die stonden te kijken in de beschutting van hun schuur, kleurloos in de schaduw. Ik liet ze links liggen. We werden opgehaald door deze nieuwe mensen in ons leven: warm, kleurrijk en betrokken.
Mijn nieuwe keuzes werden me getoond in een tamelijk onschuldig incident.

En ik was dankbaar dat het gevoel van naderend onheil dat al een tijdje om me heen hing over zo iets onschuldigs was gegaan. Het liep met een sisser af, hoopte ik. Een maand later kreeg mijn man een beroerte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een scharrelkipje.

Meer dan 40 jaar geleden werd ik vegetariër, ik was in de puberteit en dus strak in de de leer. Het kwam zo; elke dag fietste ik langs het slachthuis, de kortste weg naar school. Soms stonden er pony’s aan een halstertouw buiten, te wachten op hun beurt. Die keer stond ik te kijken naar de pony’s en mijn machteloosheid te noteren. Varkens stonden bijeengedreven voor de ingang. Onder de slachthuis-deuren door borrelde water met roze gekleurd schuim, binnen werd de boel schoon gespoten. De varkens begonnen aan het roze schuim te slobberen. De deuren gingen open en 2 slagersjongens kwamen naar buiten, om de nieuwe groep naar binnen te halen. De voorste varkens hielden hun poten en kop stijf en gingen NIET! over de drempel. Een van de slagers nam een stok en sloeg de achterste varkens op hun kont. Die begonnen te krijsen en ze duwden in hun vlucht de weigeraars naar binnen.

Ik stond versteend, en probeerde te verwerken wat ik zag. Een van de jongens merkte mij op en attendeerde de ander op mij. “Hé, zei hij, moet je háár zien!”
“Nou en?” zei de ander en bekeek me van top tot teen “zij heeft er ook al ongeveer 1 op.”
Van binnen kwam er iets in beweging.
Ik keerde de pony’s en mijn machteloosheid de rug toe, fietste naar huis en deelde mee dat ik vegetariër was.

Recht in de leer was ik, en dat resulteerde in restaurants tot waar martelaarschap: Is de jonge dame vegetariër? Zucht, wil ze een eitje? Maar dat bliefde ik niet, de legbatterijen waren volop in bedrijf. Soms wilden ze de ballen wel uit de soep vissen (nee dank u) en ze konden eventueel (Zucht) een plakje kaas proberen te bakken. In restaurants voelde ik me een paria; koppig at ik mijn genadebrood.

Mijn opvattingen zijn geëvolueerd.
Marktwerking heeft zich bewezen; er is nu keus voor de bewuste consument: culinaire vegetarische hapjes hebben zich een plaats veroverd naast plofkippen, scharrelkippen en biologische vrije uitloopkippen. Met sterren bekroonde Beter Leven Varkens liggen in het schap naast de Industriële Liever Dood Varkens. Dat alles door het goede werk van vele bewuste mensen.

Maar wat nu? Worden de dieren zelf nu ook spelers in het veld? Ik zal het uitleggen; vorige week heb ik een heerlijke stoofpot gemaakt; kip in rode wijnsaus. De kip was voorzien van de kwalificatie scharrel en had een ster. Bloot lag ze in haar folie bij de aanbiedingen; de uiterste verkoopdatum maakte dat haar dood voor niets was geweest als ik haar niet kocht. Na enig aarzelen kocht ik haar.

Terwijl de boter warm werd pakte ik haar uit, aarzelend of ik haar door midden moest snijden. Ik legde haar in de pan en zei tegen mijn man: Nu gaat ze in haar kistje…..
Ik schoot in de lach. Ik was op 2 niveaus tegelijk bezig; het heerlijke eten, en de dood van deze kip. Misschien had ik teveel een ziel gezien in deze lieve dode vogel.
Ik parkeerde het incident; het gebeurt wel meer dat de afasie van mijn man mijn taalgebruik verrassend beïnvloedt.

Maar steeds als ik het deksel van de pan haalde had ik een gevoel van liefdevolle aandacht om mij heen. Een zachte moederlijke aanwezigheid. Zelfs een paar dagen later, toen ik het restje opwarmde en met stokbrood serveerde, gebeurde het weer: een tedere liefdevolle warmte omgaf mij.
Dat kipje houdt om de een of ander reden van mij.
En ik weet niet eens wat voor een kleur ze had.bruine kippen

Hamsters en honden.

Ik heb een hamster ding gekocht. Een uitgeholde stam met gaten er in. Een Russische hamster kan er in en uit, maar een goudhamster kan er z’n kont niet keren.

Het is voor de konijnen. Van hout, dus dat zit goed. Als er niks aan is, kunnen ze er altijd nog aan knagen. Ik ga met een schaar de tuin in en knip frambozenblad, Oost-Indische kers bloem en blad, en rucola en duw ze voorzichtig in de hamstergaten.

Ik hang het geheel aan de buitenkant van het hok waar Fluffie en Pim momenteel bivakkeren. Fluffie kijkt me ondoorgrondelijk aan.
Pim wordt onrustig.

Ik hang het binnen in het hok.

het hamsterding
het hamsterding

Pim begint te schransen.
Fluffie kijkt duister.
Ik verplaats het speelgoed nog eens.
Zo kan zij er ook bij zonder haar prachtige kontje te verroeren.
Ze neemt een hapje en ik ontspan.
Mijn geschenk is aanvaard.
Ik kan naar binnen voor koffie in een theeglas.

Even later hoor ik het geluid van hout dat bonkt tegen hout.. Het klinkt verkeerd.
Mijn aandacht flitst door de kamer.
Kachel? niks!
Stoelpoten: niks!
Plinten: niks!
Zijkamer: afgesloten, dus niks.

Dan komt het geluid van buiten!

Ik ga kijken, en ja hoor; de hond die denkt dat hij een konijn is hengelt het lekkers uit het hamster-ding dat voor konijnen is.
Hij jat alles; de bloemen, de blaadjes. Net niet het hout.
Lieve help, is hier nou niks gewoon wat het lijkt???

De hond die denkt dat hij een konijn is.
De hond die denkt dat hij een konijn is.

Jouw tuin, mijn tuin….

De tuindeur staat open. Dolly en Gabbertje zijn naar buiten gewandeld. Dolly zit onderin het hok van Pim en Fluffie. Gabbertje zit op het nachthok er naast, met een goed uitzicht over het territorium.
De Buitenkonijnen eten demonstratief relaxed een sprietje hooi; Pim zit een verdieping hoger dan Dolly. Fluffie zit buiten op de grond, vlakbij Gabber. Ze hebben het allemaal druk met hun eigen zaakjes.

Er lijkt een nieuwe fase te zijn aangebroken in het contact tussen de beide koppeltjes. Ze hebben verschillende inzichten over het eigendomsrecht en gebruik van de achtertuin. Aanvankelijk vonden de besprekingen hierover plaats op de mat bij de achterdeur. De onderhandelingen werden gevoerd door de rammetjes; de sfeer was niet zo zeer grimmig als wel gedecideerd.

De besprekingen betroffen naast het gebruik van de achtertuin, ook hun relaties met de voedsters.
Met name Dolly speelde daarbij een dubieuze rol. Je kent ze wel, van die grietjes die stralend achterop de scooter van hun ‘man’ -wijdbeens om hem heen gevouwen- over het fietspad crossen. Op weg naar een strandje of een brug, met die prachtige jonge half ontblote lijven. Chillen gaan ze, het liefst in een groepje, met meer van dat frisse jonge grut. Ze parkeren hun scooters en blijven er aan vastgeplakt een weedje roken. Totdat een zegt; he, kijk niet zo naar m’n wijf. Want het mokkel zoekt oogcontact, maar hij kijkt naar haar billen. (https://youtu.be/-H9w2zrZXCg)

En dan wordt het matten, dat wordt opgespaard hoor en hoe dat gaat, dat past niet hier. Maar op zeker moment moeten die jongens toch echt hun spierballentaal waarmaken en intussen kan “het mokkeltje” haar gang gaan.
Zo deed Dolly dat ook; ineens bij de deur moeilijk doen als haar Gabber naar binnen wou. “oh sorry, was jij het? dat zag ik even niet” kletst ze zich er uit.
Of naast het hok gaan zitten, aan de buitenkant van het gaas, tegen Pim aan. Niks aan de hand, toch?
Ze houdt ze allebei te vriend, manoeuvreert handig tussen de wat serieuzere ruzies door: dan is ze nét even ergens anders. Zelfs het weer gebruikt ze in haar voordeel. Is het heet buiten, dan gaat ze in de brandende zon zitten binnen het bereik van Pim die het te warm heeft, en buiten het zicht van Gabbertje die languit onder de boekenkast ligt.

Uren heb ik zitten kijken naar de strategieën, brutale interventies en onderhandelingen over de achtertuin. Er waren kleine botsingen tussen de koppeltjes, want de mannen moesten naast de besprekingen over de ruimte, ook hun vrouwen in het gareel houden.
Een enkele keer reageerde Gabber zich op Dolly af, de adrenaline was nog niet weggeëbd, en dan liep zij hem voor de voeten. Ze schrokken er zelf van. Het onbenul van de puberteit, hoop ik maar.

De voedsters speelden hun eigen spel. Dan weer tolereerden de dames elkaars nabijheid, dan weer moest Dolly ritueel ruimte maken voor Fluffie. Zij heeft de oudste rechten en hoort bij macho Pim. Maar voor Fluffie liep ze nooit te hard. Ze weet immers dat ze het gaat winnen. Ze heeft een aangeboren gevoel voor wat mannen beweegt.

Natuurlijk was het effectiever om te koppelen volgens de regels, maar verstand en gevoel gaan niet altijd gelijk op.
Ik genoot ervan om te zien hoe het kleine volkje zijn eigen boontjes dopt en hoe hun territoriale inslag zich niet in aanvallen of bende-oorlogen uitte, maar juist in het vermijden van conflicten, en een verstandig gebruik van de beschikbare ruimte.

Maar om ze echt te laten samenwonen in mijn achtertuin, zal ik toch met beleid moeten gaan bijsturen….

Over het koppelen van konijnen kun je op internet veel vinden, ook is er hier en daar een workshop over. Je kunt je laten adviseren door een konijnendeskundige en je kunt het koppelen uitbesteden.

Workshop: http://www.rvbkonijnen.com/
Info: http://www.bunnybunch.nl/informatie/cat/konijnen-koppelen/post/koppelen-van-konijnen/

Koppelen uitbesteden: Knaagdieren en konijnenasiels,
http://www.knaagdierenopvangsnuitje.nl/
Hulp bij koppelen: Konijnendeskundigen.
http://www.martingaus.nl/academie/konijnendeskundigen/konijnendeskundigen.html

DSC_0202

Een pittig ding.

Het nieuwe konijn moet een naam; uiteindelijk wordt het Puk. Dat is een woord dat mijn man ook kan uitspreken, ondanks de afasie.

Puk is een kleurdwergje. In de weken dat we haar hebben wordt ze knorrig. Het is een pittig ding, voor de duvel niet bang. Ze valt op zeker moment onze Corgi aan, die direct op zijn rug gaat liggen.

Op sinterklaasavond begint ze met grote bossen stro in haar bekje te hannesen. Ze trekt de haren uit haar borst en oksels. Het ziet er pijnlijk uit, maar Puk gaat fanatiek door. Ik voel mijn eigen vel branden als ik er naar kijk.
Ze zal toch niet schijnzwanger zijn, denk ik nog…..Puk trekt de haren uit haar lijf
Hoe lang hebben we haar nou? Ik blader in m’n agenda: 28 dagen.
Dan kan ze dus ook echt zwanger zijn.

Een uur later hoort mijn zoon haar kreunen in de kattenmand.
Mam, kreunen konijnen? vraagt hij met een stalen gezicht.

Een poosje zit ik bij de kooi, maar dan word ik ongerust; moet ik ook nog wat doen of zo?
Ik bel Karin, een klasgenootje uit de konijnenopleiding. Karin Loffelohrdwergjes
Zij heeft vaker nestjes, en het eerste wat ze zegt is: je moet kijken of er een dood konijntje in zit.

Ik steek aarzelend mijn hand in het nestje en tast voorzichtig tussen stro en donshaar. Ze springen al muizen tegen mijn hand, ik schrik ervan.
Dan vind ik een koud lijfje.
Ik bekijk het gestorven konijntje, muisgrijs, nat en koud.
Ik ga nogmaals met mijn hand door het nest en tel 3 warme lijfjes.
Puk blijft doodgemoedereerd aan haar kant van de kattenmand, en trekt zich geen biet van mij aan.

In de weken die volgen heb ik veel contact met Karin; als dit… dan dat zegt ze.
De jonge konijntjes groeien op, ze krijgen hun oogjes probleemloos open.
Met kerst hebben we een hoop lol, ze komen uit het nest en zetten de kooi en later ook de kamer op de kop.

Maar Puk wordt ziek. Ik ontdek het te laat omdat ik haar knorrige gedrag van het begin inmiddels heb begrepen. Met al die kindjes in de buik is opgepakt worden niet leuk, en in de zoogperiode waarschijnlijk ook niet, dacht ik. Dus liet ik haar met rust.

Maar dan blijkt dat ik haar toch af en toe had moeten oppakken, ook al eist zij van niet.
Rond haar kontje zit een aangekoekte plak die ik niet kan identificeren als poep of urine. De huid er onder is rood en lijkt te verstikken.
Ik stuur foto’s aan Karin.
Ik was Puk, en ze is woest. Ze bijt me zodra ze uit haar immobiliteit is.
Elke dag kam ik met maizena het vuil millimeter voor millimeter een eindje los. Ik heb medelijden met dat dappere ding.
Ik gebruik alles wat ik op de konijnenopleiding heb geleerd om haar gerust te stellen, maar Puk’s willetje is sterker.
Ze wil niet!
Ik leer van haar om ondanks haar angst en woede toch rustig overtuigd te blijven van wat ik met haar doe, maar leuk is anders.

Als het moment is aangebroken dat haar jongen naar een eigen baasje moeten, besluit ik dat Puk een nieuw thuis nodig heeft; een nieuwe mens waarmee ze met een schone lei kan beginnen.
We brengen haar naar de konijnenopvang, waar ze direct wordt gekoppeld aan een gecastreerde ram; een prachtige hangoor. Binnen anderhalf uur zijn ze een stel. Dan laten we haar achter.

Opleiding Konijnendeskundige Gausacademie

Knaagdierenopvang Snuitje

Een pestkop in het konijnenhok?

lamantijn

Met verbazing kijk ik naar Gabbertje en Dolly; ze zitten samen achter de stoel bij het gordijn, dicht tegen elkaar aan, een beetje zoals een Jing en Yang plaatje.

Ze hebben de hele kamer tot hun beschikking en ze kunnen ook naar buiten. De deur van hun kooi staat open, dus daar kunnen ze ook terecht.
Gabbertje wast haar oortjes en zij wast hem, knabbelt in zijn vacht.

Al vaker verbaas ik me hoe ze met elkaar omgaan.
Vanaf dat ze konijnen-babys waren viel me op dat ze bij elkaar het eten uit de mond pakken. Of nee, ze pakken het er niet uit, maar ze eten er gewoon aan mee.
Ook toen hun moeder nog voor hen zorgde; dan kreeg zij wat groente en dan kwamen ze alle 3 aanscheuren, bekjes onder haar mond duwen; mam wat heb je?
Zij liet het toe en ze aten mee aan dat wat uit haar bekje stak.
Zo leerden ze zichzelf wat eetbaar was: want als mam het eet zit het wel goed.

Mijn verbazing bleef een beetje traag en onder de oppervlakte, zoals een lamantijn.
Af en toe startte er een innerlijk gesprek tussen voelen en denken:

Huh?
-Ze mogen aan elkaars eten komen ja.
Oww?
-Ja raar he.
Uhhu.
misschien zoals toen ze klein waren
-oh ja…….?

Konijnen doen dat ook bij hun metgezellen zo, als er genoeg ruimte is.
Alleen Pim die pakt wel eens wat en gaat er mee vandoor, een meter verderop.

Maar Dolly en Gabbertje, dat zijn broer en zus, en daar gaat het haperen.
Ook bij ons thuis waren een broer en zussen.
Het huis was vaak te klein en we groeiden op voor de komst van gameboys in auto’s.
Op de achterbank van de auto werd zichtbaar wat in huis minder opviel: samen zijn en ruimte delen is een kunst die niet iedereen van nature verstaat.
Sociale vaardigheden komen niet altijd vanzelf op gang.

En nu heb ik te maken met eenvoudige diertjes, die aan contact-liggen doen, elkaar vreedzaam verzorgen en gemoedelijk elkaar een hapje uit hun bekjes gunnen.
Zo kan het ook.

De Lamantijn is boven water, haalt adem en laat zich weer naar de bodem zakken, om waterplanten te eten met haar kind, of een dutje te doen. Ik denk het laatste.

naamloosDolly en Gabbertje eten samen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lamantijnen

http://www.ingedijks.nl/plezier-met-je-dier/

Een aangebrand konijn.

Fluffie ontvangt excuses

Ik ken de Achilleshiel van Fluffie, mijn Voskonijn.
Ik ga hier niet onthullen hoe ik daar achter ben gekomen, dat zou niet netjes zijn.
Maar omdát ik het nou eenmaal weet zet ik het wel in voor relatiebeheer:
Zonnebloempitten.

Maar laatst ging het mis.
Ik wilde Fluffie borstelen.
Maar Fluffie heeft zo haar eigen stijl; ze heeft haar grenzen en gaat er majesteitelijk van uit dat je die respecteert.
Ze doet geen moeite om je te waarschuwen, dat heeft ze niet nodig en is ook veel te veel werk.
Je komt er vanzelf achter als je er overheen gaat.
Een grens is. Fluffie Is.
Het viel me dan ook mee hoe coöperatief ze deed tijdens het borstelen, en ik bleef nauwkeurig binnen haar tolerantiegrens.
Er zat niks verkeerds in haar vacht: ik kon de sessie kort houden.

Ik zette haar terug in het hok en bood wat konijnen-brokjes aan als dank voor de medewerking.
Nee, zei ze. Zonnebloempitten.
Dat doet ze zo; ze zeurt niet, ze deelt mee.
Ik haalde er wat en ze nam er eentje aan.
We gingen er eens uitgebreid voor zitten, zij en ik.
Zij geniet van de pitjes, en ik van hoe ze het opeet, mjom mjom mjom zegt ze dan
En toen maakte ik een fout.
Ik zag dat haar ene oor wat rood leek, en raakte het aan ongevraagd aan.
Ze draaide me acuut de rug toe. Beledigd.
Ik was lucht voor haar.
Demonstratief bleef ze op de bovenste verdieping zitten, met haar snuit naar de trap.
Dat ik niet moest denken dat ze wou vluchten, mooi niet.

Van Anita Alblas (Bunny Training Nederland)  had ik geleerd dat konijnen beledigd kunnen zijn, dat ze dan met de rug naar je toe gaan zitten, en dat je het goed kunt maken door door je eigen haar te strijken, je eigen vacht te verzorgen, een soort excuus.

Ik streek wat langs een pluk haar die naast mijn gezicht hing, en zij begon ook.
Toen hipte ze naar beneden en snuffelde nonchalant aan de drempel van het hok.
Matig geïnteresseerd in wat daar te ruiken was, maar ja, ze had toch niks te doen.
Ik opende mijn hand en bood haar alle pitjes aan: mijn menselijke gebaar van verzoening.
Ze hipte langs me heen naar buiten.
Ze kende me niet.
Ze had  sowieso geen interesse in zonnebloempitjes.

De volgende dag was ze nog niet bijgedraaid.
Ik voelde me niet schuldig. Ik vond het schattig.
Ik oversteeg het kleine drama en gunde haar haar tijd.

Morgen zou alles beter zijn.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑